|
Wapenhandel blijft vragen oproepen |
|
|
|
|
Parlement -
Parlement
|
Het halfjaarlijks verslag over de wapenhandel vanuit ons land bevat geen explosieve dossiers zoals die van de wapenleveringen aan Nepal een tijd geleden. Tot zover het goede nieuws. Maar het verslag roept toch nog vragen op rond enkele vergunningen én rond naleving en controle. De commissie Wapenhandel van het Vlaams parlement bespreekt het verslag vandaag. Kurt De Loor wil die bespreking aangrijpen om te pleiten voor een nog strengere gedragscode, liefst in Europees verband.
Zo zijn er het voorbije halfjaar weer vergunningen afgeleverd voor India en Pakistan, twee landen waarmee we toch extra voorzichtig moeten omspringen. Er is niet alleen de voortdurende oorlogsdreiging, maar ook het feit dat de twee landen geen koorknapen zijn in de strijd tegen het terrorisme. Voor Pakistan zijn er ook nog vragen rond het democratische karakter van het regime. Extra waakzaamheid is hier dus geboden en waterdichte garanties over het uiteindelijk doel van de gekochte wapens. Er is ook een doorvoervergunning voor Kongo, waarbij er best grondige controle zou gebeuren op het eindgebruik.
De belangrijkste vraag blijft hoe we kunnen nagaan waarvoor bepaalde wapens gebruikt worden en of ze niet bijdragen tot schendingen van de mensenrechten. “Hoe gebeurt de controle op de eindbestemming op het terrein?” vraagt Kurt De Loor zich af, “worden onze diplomaten ter plekke ingeschakeld? Wat zijn de afspraken en hoe wordt er gerapporteerd? Wat de effectieve transporten zelf betreft: hoe worden die geverifieerd door de douanediensten? En gezien de band met het buitenlandse beleid: hoe verloopt de informatie over gevoelige bestemmingen tussen buitenlandse zaken en gewesten?”
Voor Kurt bewijst het verslag wel dat we een stap in de goede richting gezet hebben. De transparantie en presentatie van de gegevens is verbeterd en meer in overeenstemming met de Europese lijst. Een absolute voorwaarde om te kunnen nagaan of de EU-gedragscode correct toegepast wordt. “Maar nu we samen met Duitsland het enige Europese land zijn dat de EU-gedragscode in de eigen wetgeving opgenomen heeft, mag het voor ons land iets meer zijn,” besluit Kurt De Loor. “Zoals uit een recent rapport van Amnesty International blijkt vertoont die code nog heel wat leemtes. We kunnen daarin een voortrekkersrol spelen en meteen een voorbeeld stellen voor andere Europese landen.”
|