|
Kurt De Loor wil een toekomst voor paviljoen Toyo Ito |
|
|
|
|
Parlement -
Parlement
|
Sinds enkele weken staat kunstminnend Vlaanderen in rep en roer vanwege de mogelijke afbraak van het paviljoen van Toyo Ito in Brugge. Ondanks het feit dat het Brugse stadsbestuur al een beslissing nam, geeft Vlaams volksvertegenwoordiger Kurt De Loor de moed nog niet op. In het Vlaams parlement vroeg hij minister Bert Anciaux naar oplossingen of alternatieven.
‘Het is niet omdat het paviljoen verdwijnt dat het geen toekomst meer heeft,’ zo stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Kurt De Loor. Feit is dat het Toyo Ito-paviljoen algemeen wordt beschouwd als een meesterwerk en een mijlpaal in de hedendaagse architectuur, onder andere omdat Ito voor het paviljoen bouwtechnieken gebruikte die hij pas later in grotere gebouwen kon gaan toepassen. De Loor is er ook van overtuigd dat hedendaagse en experimentele architectuur inspirerend kan werken voor kunstenaars, maar ook voor de rest van de bevolking..
Hij vroeg minister Anciaux in de commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Media of de mogelijkheid was onderzocht om het paviljoen op een andere locatie op te bouwen of tentoon te stellen en, of de Vlaamse Gemeenschap had overwogen om het Ito-paviljoen eventueel zelf te verwerven. De Loor wou ook weten of er in het tegengestelde geval voldoende garanties waren over de goede bewaring van de onderdelen van het paviljoen.
Minister Anciaux zag meerdere oplossingen. Zo zou het kunstwerk van Ito kunnen vervangen worden door een nieuw tijdelijk paviljoen van een eigentijdse en vooraanstaande kunstenaar. Dit zou, volgens de minister, dan de tweede van een reeks tijdelijke ingrepen kunnen zijn waarbij men telkens opnieuw een cultureel aantrekkingspunt creëert die de waarde van de plek onderlijnt. De minister staat momenteel over deze en andere denkpistes in overleg met de stad Brugge en de Vlaamse Bouwmeester. De bewaring van de afgebroken onderdelen van het Ito-paviljoen zal volgens de minister in ideale omstandigheden gebeuren omdat de opslag gebeurt in de beveiligde en tocht- en vochtvrije ruimtes van de depots van de archeologische dienst.
|