|
Draagmoederschap vraagt Vlaamse ondersteuning |
|
|
|
|
Parlement -
Parlement
|
De hetze rond baby Donna maakt duidelijk dat een wettelijke regeling van het draagmoederschap dringend nodig is. Op federaal niveau wordt alvast een wettelijk kader in het vooruitzicht gesteld. Maar dat zal ook op het Vlaamse niveau gevolgen hebben. Kurt De Loor vraagt minister van Welzijn Vervotte om zowel de bewustmaking rond draagmoederschap als de ondersteuning ervan niet te verwaarlozen.
Het gesol met de kleine Donna heeft voor een doorbraak gezorgd in het dossier van een wettelijke regeling voor het draagmoederschap. Zoals bekend is de baby door een Oost-Vlaamse draagmoeder niet aan de wensouders verkocht, maar aan een ander, Nederlands koppel. Er worden in ons land jaarlijks 50 tot 100 draagkinderen geboren. Maar volgens experts zien we maar het topje van de ijsberg. Een wettelijk kader dringt zich dus meer dan ooit op.
Dat kader moet uiteraard een federale wet zijn en zowel minister van Justitie Onkelinx als haar collega van Volksgezondheid Demotte hebben al beloofd daar werk van te maken. Ook Vlaams minister van Welzijn Vervotte heeft onlangs laten verstaan dat draagmoederschap een realiteit is die duidelijke afspraken vraagt, ook op Vlaams niveau.
Kurt De Loor neemt de minister op haar woord. De sp.a-er doet een oproep om de mensen te sensibiliseren rond draagmoederschap. Ook moet er een degelijke voorbereiding en psychologische ondersteuning komen voor draagmoeders en wensouders. Dat kan door, bijvoorbeeld, Kind & Gezin daarvoor in te schakelen. “Het welzijnsbeleid in Vlaanderen mag deze materie niet stiefmoederlijk behandelen,” zegt Kurt De Loor. “Zoals het geval van baby Donna bewijst kunnen de gevolgen van een verkeerd gelopen draagmoederschap nefast zijn, voor de draagmoeder en voor de wensouders, maar uiteindelijk vooral voor het kind zelf.”
|